hoe professioneel is het om je twijfel te bespreken?
Psychodiagnostiek is een belangrijk onderdeel van het werk van veel psychologen. Of je nu werkt met kinderen, (jong)volwassenen of ouderen: we willen begrijpen wat er aan de hand is, zodat we iemand zo goed mogelijk verder kunnen helpen.
Maar hoe zeker moet je eigenlijk zijn van je DSM-5 classificatie of beschrijvende diagnose? En wat doe je als je twijfelt? Is het professioneel om die twijfel te delen, of lijkt het dan juist alsof je je werk niet goed doet?
In dit artikel wil ik hierop ingaan op een persoonlijke en praktische manier. Want in de praktijk blijkt: twijfel hoort bij het vak. En hoe je met die twijfel omgaat, zegt veel over je professionaliteit.
Wat is “stelligheid” eigenlijk en waarom speelt dit bij psychologen?
Als psycholoog word je vaak gezien als iemand die duidelijkheid geeft. Mensen komen bij je met vragen als:
“Wat heb ik?”
“Waarom voel ik me zo?”
“Wat kan ik eraan doen?”
Of verwijzers/collega’s willen weten:
“Is er sprake van ADHD?”
“is er sprake van een autismespectrumstoornis?”
“Hoe is de persoonlijkheidsstructuur opgebouwd?”
Het lijkt logisch of verantwoord om ook met stellige antwoorden te komen. Een duidelijke classificatie, een beschrijvende diagnose die precies uitlegt wat er aan de hand is. Want dat geeft rust voor je cliënt of verwijzer, en: soms ook voor jezelf.
Ook ik merk dat ik graag duidelijkheid wil geven.
Maar daar zit soms precies de spagaat waarin we als psychodiagnostici terechtkomen. De cliënt wil duidelijkheid, de verwijzer wil duidelijkheid. En wij? Wij proberen intussen recht te doen aan alle complexiteit die we tegenkomen.
Dat vraagt niet alleen om deskundigheid, maar ook om moed: de moed om anderen mee te nemen in onze manier van denken. Om uit te leggen dat psychodiagnostiek niet simpelweg gaat over het afvinken van kenmerken, maar over begrijpen, afwegen en interpreteren.
Het is belangrijk om te beseffen dat stelligheid niet altijd gelijkstaat aan deskundigheid. Psychodiagnostiek is geen exacte wetenschap. Het is een proces van observeren, interpreteren, combineren en afwegen. We werken met mensen en mensen zijn geen wiskundige formules. Hun gedrag, emoties en gedachten laten zich niet altijd netjes samenvatten in één term of DSM-5-classificatie.
Een te stellige toon kan dan juist misleidend zijn. Het kan de indruk wekken dat je alles zeker weet, terwijl de werkelijkheid vaak genuanceerder is. En dat is oké. Want juist dat zoeken, dat afwegen, dat nadenken dat is professioneel werken.
De invloed van de DSM-5
Die neiging tot stelligheid wordt ook gevoed door het categoriale denken in de DSM-5.
Iemand krijgt een DSM-classificatie als hij of zij aan een bepaald aantal criteria voldoet. Dat heeft de psychologie veel gebracht: een gemeenschappelijke taal, structuur en houvast. Maar het kent ook een keerzijde.
Wat doe je met iemand die nét niet aan alle criteria voldoet, maar in het dagelijks leven wel veel last ervaart?
Of met iemand die wél voldoet aan de criteria, maar bij wie je het idee hebt dat het de DSM5classificatie niet helpend gaat zijn of niet bijdraagt aan de ervaren klachten?
Stel, iemand is druk in gedrag en/of in gedachten en voldoet aan de criteria voor de DSM-5 classificatie ADHD gecombineerde type. Toch heb je als psychodiagnosticus het idee dat de onderliggende aanjager iets anders is: bijvoorbeeld perfectionisme of chronische stress.
Wat zegt een DSM-5 classificatie dan nog?
In dit soort situaties merk je hoe beperkt het categoriale systeem soms is. Het nodigt uit tot zwart-wit denken: je hebt het of je hebt het niet. Terwijl de werkelijkheid veel meer in grijstinten is.
Daarom ben ik blij met nieuwe ontwikkelingen, zoals het HiTOP-model (Hierarchical Taxonomy of Psychopathology) en het Alternatief Model voor Persoonlijkheidsstoornissen (AMPD).
Deze modellen maken ruimte voor een meer dimensionale en holistische manier van kijken. Ze beschrijven gedrag en persoonlijkheid niet als losse labels, maar als een continuüm van kenmerken. Daardoor ontstaat meer ruimte om te zien hoe klachten zich uiten, en waarom.
Wat bedoel ik met twijfel?
Twijfel is niet hetzelfde als onzekerheid.
Het gaat over reflectieve twijfel: stilstaan, afwegen, onderzoeken.
Twijfel klinkt voor veel mensen negatief. Alsof je niet zeker weet wat je doet. Maar in de psychologie is twijfel vaak een teken van reflectie en zorgvuldigheid. Het betekent dat je niet te snel conclusies trekt, dat je verder kijkt, en dat je openstaat voor meerdere verklaringen.
Stel dat je een kind onderzoekt dat moeite heeft met concentreren. Je ziet kenmerken van ADHD, maar ook signalen van stress door een lastige thuissituatie. Wat is er dan “echt” aan de hand?
In zo’n geval is het niet zwart-wit. Misschien is het beide, misschien versterkt het één het ander, misschien verandert het beeld nog na een paar weken, misschien….?
Als je dan zegt: “Het kind heeft ADHD, punt,” dan mis je een deel van het verhaal. Maar als je schrijft: “Er zijn aanwijzingen voor aandachtsproblemen die mogelijk passen bij ADHD, maar stressfactoren lijken ook een rol te spelen,” dan laat je zien dat je zorgvuldig bent. Je houdt ruimte voor complexiteit, zonder je verantwoordelijkheid los te laten.
Twijfel is dus niet het tegenovergestelde van professionaliteit. Het is een teken van eerlijkheid.
Twijfel bespreken met collega’s
Een belangrijk onderdeel van professioneel werken is overleggen.
In ons werk is dat niet voor niets ingebouwd: intervisie, supervisie, multidisciplinair overleg. Het zijn allemaal momenten om samen te denken en te reflecteren.
Toch hoor ik regelmatig collega’s zeggen (en ik heb het zelf ook gedacht) dat ze hun twijfels liever niet uitspreken. Want je doet toch niet voor niets psychodiagnostiek?
Na een diagnostisch traject moeten we het toch echt wel weten!
Spoiler alert: soms weten we veel, soms zijn we een aantal stappen verder. Wat je zeker weet is dat je meer weet dan daarvoor en dat is al waardevol.
Zinnen als: “Ik weet het niet zeker,” kunnen voelen alsof je iets niet goed genoeg weet. Alsof twijfel betekent dat je ondeskundig bent.
Maar juist het tegenovergestelde is waar. Het getuigt van kracht en vakvolwassenheid als je je twijfels durft te delen. Niemand heeft alle antwoorden, en juist door open te zijn over wat je nog niet weet, werk je zorgvuldiger.
Door samen te praten over wat je ziet, denkt en voelt, voorkom je tunnelvisie.
Een collega kan net een ander perspectief hebben, een scherpe vraag stellen of een observatie doen waar jij nog niet aan dacht. Zo groeit het begrip, en wordt het beeld vollediger.
Ik merk dat mijn beste diagnostische inzichten vaak juist komen na een goed gesprek met een collega of met de cliënt zelf.
Soms bevestigen deze gesprekken mijn ideeën, soms zet het mijn denken helemaal op zijn kop. In beide gevallen wordt het diagnostisch denkproces beter onderbouwd, en dus professioneler.
Kortom: het is niet alleen helpend, maar zelfs noodzakelijk om je diagnostische twijfels te bespreken.
Twijfel wordt pas echt waardevol als je hem deelt.
Het bespreken van je twijfel met je cliënten
Niet alleen in je verslag, maar ook in het gesprek met de cliënt kun je je twijfel professioneel delen. Veel cliënten waarderen juist die eerlijkheid en het levert vaak waardevolle informatie op. Ze voelen zelf ook dat niet alles meteen duidelijk is. Neem hen mee in jouw overwegingen, en gebruik deze gesprekken ook als diagnostische input. Door open te zijn over wat je weet en wat nog onzeker is, geef je de cliënt vertrouwen in jouw zorgvuldige manier van werken.
Dit past bovendien perfect bij de onderzoekende houding van jou als psycholoog: samen puzzelen, samen het verhaal van de cliënt maken.
Niet alwetend en oordelend boven de cliënt staan, maar naast hem of haar.
Ik ben dan ook een groot aanhanger van Therapeutisch Psychologisch Onderzoek, waarin samenwerking en betekenisgeving centraal staan.
Ook de visie van Redesigning Psychiatry – Patronen doorbreken spreekt me daarin erg aan: psychologisch onderzoek als gedeeld proces, waarin zowel de professional als de cliënt actief betekenis geven aan wat er speelt.
Bijvoorbeeld:
“De resultaten laten zien dat er kenmerken zijn van angst, maar we weten nog niet zeker of dit past bij een angststoornis. We kunnen de komende weken samen kijken hoe dit zich ontwikkelt.”
Zo laat je zien dat je luistert, meedenkt en het proces serieus neemt. Je verschuilt je niet achter vaktaal of “grote woorden”, maar blijft gericht op het samen onderzoeken, menselijk en betrokken zijn.
Twijfel opschrijven in je verslag: mag dat?
Dit is misschien de spannendste vraag:
Mag je je twijfel ook opschrijven in je onderzoeksverslag?
Veel psychologen vinden dat lastig (en ik heb dit ook lastig gevonden, herkenbaar dus!). Een verslag is officieel, en het idee leeft dat je daar vooral zekerheid moet tonen. Toch is het juist heel waardevol om je overwegingen transparant te maken. Een goed diagnostisch verslag is niet alleen een “uitkomst”, maar ook een weergave van het denkproces.
Je kunt bijvoorbeeld schrijven:
“De onderzoeksresultaten wijzen in de richting van een depressief beeld. Tegelijkertijd is er sprake van recente ingrijpende gebeurtenissen, waardoor het op dit moment nog onduidelijk is in hoeverre sprake is van een aanpassingsreactie of een depressieve stoornis.”
Zo’n formulering is niet vaag, maar zorgvuldig. Je geeft aan wat je ziet, wat je vermoedt, en wat je nog niet zeker weet. Dat is eerlijk, professioneel en respectvol naar je cliënt toe.
Bovendien helpt het anderen (bijvoorbeeld een verwijzer of behandelaar) om het beeld goed te begrijpen. Ze weten dan dat er nog verschillende factoren meespelen en dat verdere observatie of behandeling mogelijk nieuwe informatie oplevert (procesdiagnostiek).
Vier praktische tips
1. Gebruik gradaties in zekerheid
Gebruik woorden als “waarschijnlijk”, “mogelijk”, “lijkt te passen bij” of “momenteel”. Daarmee geef je aan dat er een richting is, maar geen absolute zekerheid.
2. Benoem wat nog ontbreekt
Als je meer informatie nodig hebt, zeg dat dan gewoon. Bijvoorbeeld:
“Aanvullend observatieonderzoek kan helpen om de aandachtsproblemen verder te verduidelijken.”
3. Vermijd zwart-wit taal
Zinnen als “Er is zeker sprake van…” of “De classificatie is met zekerheid…” zijn zelden passend in psychodiagnostiek. Mensen en situaties veranderen, dus houdt ruimte voor groei, verandering en nieuwe inzichten.
4. Doe aan verwachtingsmanagement
Wat mij in de praktijk helpt, is om aan het begin van een diagnostisch traject bewust stil te staan bij verwachtingen. Zowel die van de cliënt als die van mijzelf. Veel mensen denken dat psychodiagnostiek automatisch leidt tot één duidelijke DSM5- classificatie. Soms is dat zo, maar vaak is het vooral een proces van begrijpen, samen puzzelen en betekenis geven.
Ik zeg dan bijvoorbeeld:
“Ik wil je vooral goed leren begrijpen. Soms hoort daar een DSM-5-classificatie bij, maar soms ook niet. Wat het in elk geval oplevert, is dat we samen onderzoeken hoe de dingen voor jou werken, zodat jij jezelf beter leert kennen.”
Zo ontstaat er ruimte voor samenwerking en voor een open gesprek over wat psychodiagnostiek eigenlijk kan betekenen.
Nog meer praktische tips? Lees dan verder over hoe je je psychodiagnostische onderzoek clientgericht en begrijpelijk maakt.
Wat zegt dit over professionaliteit?
Sommige mensen denken dat professionaliteit betekent dat je altijd zeker bent. Dat je precies weet wat er speelt. Maar eigenlijk is het tegenovergestelde waar.
Echte professionaliteit zit in eerlijkheid, transparantie en reflectie.
Een psycholoog:
• durft te twijfelen,
• durft die twijfel te delen,
• en weet hoe hij of zij die twijfel zorgvuldig formuleert.
Door dat te doen, laat je zien dat je je vak serieus neemt. Je neemt geen overhaaste beslissingen. Je laat je leiden door observatie, kennis en samenwerking. En dat komt uiteindelijk altijd de cliënt ten goede.
De ethische kant van twijfel
Twijfel heeft ook een ethische dimensie. Een te stellige classificatie of beschrijvende diagnose kan grote gevolgen hebben voor iemands behandeling, zelfbeeld of toekomst.
Een classificatie uit de DSM5 (“label”) kan helpen, maar ook beperken. Daarom is het belangrijk om niet meer zekerheid te suggereren dan er is.
In de beroepscode voor psychologen (NIP) staat dat we zorgvuldig moeten omgaan met onze conclusies en rapportages. Dat betekent ook: eerlijk zijn over onzekerheden. Niet om onszelf in te dekken, maar om recht te doen aan de complexiteit van mensen.
Soms is het ethisch juist onprofessioneel om te stellig te zijn.
Door te doen alsof alles zeker is, geef je een schijn van controle die er niet is. Door je twijfel te benoemen, toon je juist respect voor de complexe realiteit.
Twijfel als onderdeel van groei
Twijfel hoort niet alleen bij psychodiagnostiek, maar bij professionele groei in het algemeen.
Iedere psycholoog (beginnend of ervaren) kent momenten van onzekerheid. En dat is oké: het houdt je scherp, empathisch en leergierig.
Het heeft mijzelf veel ruimte gegeven om de twijfel er gewoon te laten zijn!
Twijfel kan je motiveren om meer informatie te zoeken, om een collega te raadplegen, om dit te bespreken met je cliënt zodat je samen verder kunt puzzelen of om te reflecteren op je eigen aannames. Het is geen zwakte, maar een uitnodiging om verder te kijken.
Conclusie: professioneel twijfelen
Dus, hoe stellig moet je zijn bij psychodiagnostiek?
Mijn antwoord: stellig in je zorgvuldigheid, niet in je conclusies.
– Je mag rustig zeggen wat je weet, en ook wat je nog niet weet.
– Je mag ruimte laten voor complexiteit, zonder onzeker te lijken.
– Je mag twijfelen en dat mag je opschrijven, bespreken en delen.
Twijfel maakt je niet minder professioneel.
Twijfel maakt je menselijk.
En juist dat is wat een goede psycholoog onderscheidt: iemand die durft te zoeken, te luisteren en te leren.
Samenvattend
• Twijfel hoort bij psychodiagnostiek en is een teken van zorgvuldigheid.
• Bespreek je twijfels met collega’s, dat maakt je werk sterker.
• Schrijf genuanceerd over onzekerheden in je verslag.
• Communiceer eerlijk met cliënten over wat je weet en wat nog niet.
• Zie twijfel als onderdeel van jouw professionaliteit en niet als zwakte.
Tot slot
De beste psycholoog is niet degene die altijd zeker is, maar degene die weet wanneer hij nog niet zeker genoeg is en én dat professioneel durft te delen, op papier en in gesprek.
Voor mij hoort dat bij echt goede psychodiagnostiek: eerlijk, begrijpelijk en menselijk.
Onderzoek waarin niet alleen het resultaat telt, maar ook het denkproces en de samenwerking met de cliënt.
Meer leren hierover? Kijk dan eens naar de training Psychodiagnostiek in begrijpelijke taal.
Wetenschappelijke onderbouwing
Hoewel ik mijn artikelen meestal schrijf vanuit de praktijk, mijn eigen ervaringen en kennis,
vind ik het belangrijk om dat ook te onderbouwen met wat de wetenschap laat zien.
Gelukkig sluit de praktijk in veel opzichten mooi aan bij wat onderzoek al jaren bevestigt.
Meer lezen?
- Twijfel in psychodiagnostiek is geen teken van ondeskundigheid, maar juist van reflectieve professionaliteit.
Eva, K. W., & Regehr, G. (2005). Self-assessment in the health professions: A reformulation and research agenda. Academic Medicine, 80(10), S46–S54. https://doi.org/10.1097/00001888-200510001-00015
Schön, D. A. (1983). The reflective practitioner: How professionals think in action. Basic Books. - Psychodiagnostiek is geen exacte wetenschap, maar een proces van afwegen en interpreteren.
De Bruyn, E. E. J. (2006). Psychodiagnostiek in de klinische praktijk. Bohn Stafleu van Loghum.
Van Strien, P. J. (1997). Psychologische diagnostiek als handelingsleer. Bohn Stafleu van Loghum. - Nieuwe modellen zoals HiTOP en het Alternatief Model voor Persoonlijkheidsstoornissen bieden een dimensionele kijk op psychopathologie.
Hopwood, C. J., Kotov, R., Krueger, R. F., Watson, D., Widiger, T. A., Althoff, R. R., … & Zimmermann, J. (2018). The time has come for dimensional personality disorder diagnosis. Personality and Mental Health, 12(1), 82–86. https://doi.org/10.1002/pmh.1408
Kotov, R., Krueger, R. F., Watson, D., Achenbach, T. M., Althoff, R. R., Bagby, R. M., … & Zimmerman, M. (2017). The Hierarchical Taxonomy of Psychopathology (HiTOP): A dimensional alternative to traditional nosologies. Journal of Abnormal Psychology, 126(4), 454–477. https://doi.org/10.1037/abn0000258
Kotov, R., Krueger, R. F., Watson, D., Achenbach, T. M., Althoff, R. R., Bagby, R. M., … & Zimmerman, M. (2017). The Hierarchical Taxonomy of Psychopathology (HiTOP): A dimensional alternative to traditional nosologies. Journal of Abnormal Psychology, 126(4), 454–477. https://doi.org/10.1037/abn0000258 - Openheid en samenwerking met collega’s en cliënten versterken vertrouwen en kwaliteit.
De Haene, L., & Gastelaars, M. (2021). Therapeutisch psychologisch onderzoek: Diagnostiek als dialoog. Acco.
Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). (2022). Beroepscode voor psychologen. NIP. https://www.psynip.nlWiddershoven, G. A. M., & van der Scheer, L. (2010). Reflectie op professionaliteit: Over dialoog, praktijk en identiteit. Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek, 20(4), 108–113.









